Een bal passen, zodat een medespeler hem aan kan nemen. Het klinkt zo simpel, maar er zijn een hoop manieren waarop je kunt zorgen dat jouw teamgenoot de bal ontvangt. Deze Pasen laten Ryan Koolwijk en Hicham Faik van Excelsior hun favoriete passes zien.

Steekbal

Ryan: “Mijn favoriete passes zijn steekballen. Denk bijvoorbeeld aan Andrés Iniesta: met één beweging zet hij een aanvaller 1-op-1 met de keeper. Om een goede steekpass te geven, moeten de aanvaller en jij elkaar aanvoelen. Zie je de ruimte? Kijk of hij klaar is om een loopactie te maken. Speel de bal naar voren, precies in de ruimte waar de verdedigers niet staan.”

passen

passen met de buitenkant

Hicham: “Ik geniet enorm van spelers zoals Luka Modric. Hij is enorm goed in passen met de buitenkant van z’n voet. Zelf geef ik ballen ook graag zo. Bij deze pass raak je de bal net onder je veters, aan de zijkant van je schoen en schop je er bijna onderlangs. Daardoor krijgt hij een effect mee dat moeilijk is in de schatten voor verdedigers.”

passen buitenkant

Eén keer raken

Ryan: “De bal met één aanraking doorspelen is handig als je weinig ruimte hebt. Je tegenstander loopt dan achter de feiten aan. Bij mijn favoriete team, FC Barcelona, doen ze vaak ‘de rondo’. Dat is een soort lummeltje, waarbij elke speler de bal maar één keer mag raken. Je kunt ook oefenen door met z’n tweeën op het doel af te lopen en elkaar hard in te spelen met één aanraking per pass.”

passen kleine ruimte

No-look pass

Hicham: “Een no-look pass is voor de ballen over kleine afstand. Je kijkt namelijk totaal ergens anders heen dan de kant waar de bal heen gaat! Hierdoor is passen moeilijker, maar het voordeel is dat de tegenstander geen idee heeft waar je naartoe speelt. Hierdoor kan hij later reageren en heeft jouw team meer tijd om te profiteren.”

passen no look