Tegen een bal trappen, zodat een medespeler hem aan kan nemen. Niet iedereen lukt dat zomaar. Maar Ryan Koolwijk en Hicham Faik van Excelsior schieten je te hulp: ze leggen jou hun favoriete passes uit.

  1. Steekbal

Ryan: “Mijn favoriete passes zijn steekballen. Denk bijvoorbeeld aan Andrés Iniesta: met één beweging zet hij een aanvaller 1-op-1 met de keeper. Om een goede steekpass te geven, moeten de aanvaller en jij elkaar aanvoelen. Zie je de ruimte? Kijk of hij klaar is om een loopactie te maken. Speel de bal naar voren, precies in de ruimte waar de verdedigers niet staan. Het lekkerst is het als je hem over alle hoofden heen speelt en daarmee ook de keeper uitschakelt.”

 

2. Crosspass

Ryan: “Dit is echt een pass voor verdedigers en super gevaarlijk als het lukt. Buitenspelers proberen hun man de hele wedstrijd af te schudden. Als je ziet dat er één op snelheid naar de achterlijn rent, speel jij de bal ergens tussen hem en de lijn. Hij pikt ‘m op snelheid op en kan zelf richting het doel, of de bal voorzetten.”

 

3. No-look pass

Hicham: “Een no-look pass is voor de ballen over kleine afstand. Je kijkt namelijk totaal ergens anders heen dan de kant waar de bal op gaat! Hierdoor is passen moeilijker, maar het voordeel is dat de tegenstander geen idee heeft waar je naartoe speelt. Hierdoor kan hij later reageren en heeft jouw team meer tijd om te profiteren.”